The Alternative Dutch Dictionary: schijten

Android app on Google Play

Entry definition

schijten etymology From Middle Dutch schiten, from odt *skītan, from Proto-Germanic *skītaną, from Proto-Indo-European *skeyd, *sḱeyd- 〈*sḱeyd-〉. Cognate with Low German schieten, German scheißen, English shit, shite, West Frisian skite, Danish skide. pronunciation
  • {{audio}}
  • {{rhymes}}
  • /ˈsxɛi̯.tə(n)/
verb: {{nl-verb}}
  1. (vulgar) to shit, to poop Schatje, ik bewonder een creatief vrouwtje in de slaapkamer van tijd tot tijd, alleen over me heen schijten was toch iets te...extravagant. Darling, I admire a creative whim in the bedroom now and then, but shitting on me was a bit...extravagant. schijten als een reiger to have diarrhoea
Synonyms: poepen
related terms:
  • broekschijter
  • bescheten
  • beschijten
  • scheet
  • schijter
  • schijtert
  • schijt
  • schijterij
  • schijthuis
  • schijtlaars
  • schijtlijster
  • uitschijten

All Languages

Languages and entry counts